Copyright

Copyright P.Kats. Zonder mijn toestemming mogen mijn verhalen niet gekopieerd worden en/of gepubliceerd worden. Linken mag uiteraard wel.

maandag 12 september 2016

Eventjes…

De kleine ligt lekker te slapen, dus besluit een moeder eventjes snel wat boodschappen te halen op de fiets.









We krijgen een melding van een aanrijding met letsel, waarbij een fietser door een auto is aangereden. We treffen een jonge vrouw aan die een flinke hoofdwond heeft en niet aanspreekbaar is. Het ziet er ernstig uit, de vrouw bloedt uit haar neus en oren. Het is snikheet, de zon brandt en het is zeker 30 graden. Het ambulancepersoneel arriveert en neemt de zorg van ons over.

Maar wie is de vrouw? Ze heeft wat los geld en een bankpasje in haar zak, maar verder totaal niets waar wij uit kunnen opmaken wie ze is. Met spoed gaat ze met de ambulance naar het ziekenhuis.
Als we ongeveer twee uur later klaar zijn op de plek van het ongeluk en alles opgeruimd is, rijden we naar het ziekenhuis. De fiets van de vrouw wordt op het politiebureau geplaatst.
In het ziekenhuis vertelt de verpleegkundige dat ze nog niet weten wie de vrouw is, maar wel dat ze kort geleden bevallen moet zijn. Maar waar is de baby? Ik heb hier geen goed gevoel bij.

Ik bel met de X bank en leg de situatie uit. Via de telefoon worden uiteraard geen gegevens verstrekt, dus rijden we met spoed naar het dichtstbijzijnde bankfiliaal. Gelukkig zijn ze heel meewerkend en krijgen we de personalia van de vrouw. De volgende schrik komt, ze staat op het adres ingeschreven met alleen een baby van een paar weken oud. Gezien het snikhete weer en de tijd die tussen het moment van aanrijding en nu zit, rijden we opnieuw met spoed naar het adres.

Bij bellen of kloppen wordt niet opengedaan, dus een oppas is er kennelijk niet. Een sleutel hebben we niet, dus trappen we de deur in en stormen we de trap op. In een slaapkamer staat een wieg, waarin een klein meisje hard ligt te huilen. Ik til haar op en druk de baby tegen me aan. Het is net of ik mijn eigen kind in de armen sluit. Mijn collega Louis, ook vader, vult een tas met attributen zoals luiers, een fles, melkpoeder en een flessenwarmer. Provisorisch sluiten we de deur weer af.
Met een krijsende baby in een maxi-cosi rijden we naar het bureau. Weer eens wat anders dan een krijsende arrestant.

Op het bureau pakt een vrouwelijke collega meteen de baby uit de maxi-cosi. Ze weet er wel weg mee en gaat lekker zitten kroelen. Wij gaan op zoek naar familie en kunnen als eerste een zus bereiken, die het hummeltje komt ophalen.
Met verhitte hoofden en drijfnatte kleding kijken we elkaar voldaan aan. Onze dienst zit erop. Dat wordt thuis een ijskoud biertje!

Het slachtoffer komt er gelukkig weer helemaal bovenop. De huissleutel bleek achteraf aan de fietssleutel bevestigd te zitten.



Volgende blog 3 oktober


maandag 22 augustus 2016

Niks aan de hand

Hoog energetisch letsel kan desastreus zijn. Dat klinkt heel moeilijk, maar vrij vertaald betekent het dat een ‘eenvoudige’ aanrijding levensgevaarlijk kan zijn. “Oh, niks aan de hand hoor!” wordt mij gezegd als ik ter plaatse kom.





Ik krijg een melding van een aanrijding, waarbij een auto een voetganger op de voetgangersoversteekplaats (zebra) heeft geschept. Het valt mee, volgens de melder.

Als ik ter plaatse ben, zie ik een auto staan waarvan de motorkap is gedeukt en de voorruit verbrijzeld. Ik zet mijn motor neer en vraag direct waar het slachtoffer is. De man die ik aanspreek, wijst naar een forse man die op straat zit en druk aan het praten is met iemand. Onmiddellijk loop ik naar hem toe en vraag hoe het met hem gaat. “Het gaat prima, niks aan de hand hoor” zegt hij. Maar gezien de enorme klap die het geweest moet zijn, vraag ik om een ambulance. Intussen vraag ik de man om zijn gegevens, maar ik verzoek hem met klem om niet teveel bewegingen te maken met zijn nek en lichaam. Als ik de schade bekijk, verwondert het me dat hij er zo springlevend bij zit.
Maar schijn bedriegt, want bij een dergelijke botsing komt heel veel energie vrij die diep in het lichaam kan doordringen.
Voordat de ambulance arriveert, praten we gezellig en ontspannen over van alles en nog wat.

Als de ambulance ter plaatse komt besluit het ambulancepersoneel om hem te ‘planken’. Hij wordt stevig vastgesnoerd, zodat hij geen vin kan verroeren. De man vindt het eigenlijk allemaal niet nodig en sputtert nog een beetje tegen. We tillen hem gezamenlijk op de brancard en zo gaat hij de ambulance in.

Voor de zekerheid laat ik de collega’s van de VOA (verkeersongevallenanalyse) onderzoek doen op de plaats van het ongeval en alle sporen vastleggen. Ik hoor de bestuurder als verdachte. Als ik klaar ben, maak ik op het bureau een eenvoudige mutatie aan in het systeem met de gegevens van het slachtoffer en de bestuurder. Bij de opmerkingen noteer ik dat ik de rest morgen zal klaarmaken.

’s Avonds om 23:00 uur gaat mijn telefoon. Het is de chef van dienst. Hij vertelt dat er weinig informatie van de aanrijding in het systeem staat. Alleen de personalia van de betrokkenen. Verbaasd vraag ik waarom hij mij zo laat daarover belt. De woorden die hij vervolgens zegt, slaan in als een bom. Het slachtoffer is overleden. Ik schreeuw haast door de telefoon: “Wat? Dat kan toch niet!”

Maar toch is het waar. Het slachtoffer is bij aankomst in het ziekenhuis onwel geworden, gereanimeerd en met spoed geopereerd. Hij bleek ernstige inwendige bloedingen te hebben gekregen en overleed ondanks onmiddellijk ingrijpen.

Ik slaap die nacht slecht. Ik kan het maar niet geloven.

maandag 1 augustus 2016

Joehoe

Politieagenten beledigen is aan de orde van de dag. De meningen over wat belediging is, lopen soms uiteen. Maar het woord “kanker” met alle aanvullingen erbij vind ik vreselijk. Soms wens ik de beledigers toe om het eens te ervaren wat die vreselijke ziekte teweeg brengt, door een werkstraf op de afdeling Oncologie van een ziekenhuis.

Tijdens een surveillance, ’s avonds laat in het donker, zien mijn collega Arno en ik een groep jongelui ‘hangen’ onder de overkapping van een laad/losplaats van een supermarkt. Eén van de jongens staat te urineren tegen de muur van de supermarkt. Als we keren, zien we de groep uiteenstuift, maar de urinerende jongeman hebben we te pakken. Deze wordt voorzien van een rijksbeloning. Terwijl we hem staan op te schrijven, staat één van de andere jongens een stuk verderop te schreeuwen, in het bijzijn van zijn vrienden. Hij is het kennelijk niet met de gang van zaken eens. De woorden die hij gebruikt zijn ver beneden peil en zijn duidelijk hoorbaar gericht tegen ons. Het woord “kanker” wordt veelvuldig gebruikt en natuurlijk doet hij dit buiten bereik van ons. Zo’n held is het wel.

Mijn nekharen gaan overeind staan en ik ben vastbesloten om hem te pakken. Ik kan nog net niet de gedachten van Arno lezen, maar aan zijn gezicht te zien denkt hij er hetzelfde over.

Als we klaar zijn met de bekeuring lopen we in de richting van onze belediger.
Deze zet het op een lopen en rent naar de hoek van de supermarkt. Daar staat onze held, achter een muur en om het hoekje kijkend. We verzinnen een list. Ik roep naar Arno dat we een spoedmelding krijgen. We rennen samen naar de politieauto en vertrekken met ‘toeters en bellen’.

Met een omweg parkeren we onze auto aan de andere kant en we lopen behoedzaam het winkelcentrum op. Onze belediger blijkt nog steeds op dezelfde hoek te staan, kennelijk toch niet helemaal zeker van zijn zaak. Hij kijkt steeds om de hoek heen. Nu komen we echter van de andere kant aanlopen. Arno stoot me aan en grijnst van oor tot oor. Ik fluister dat ik hem zal verrassen en sluip naar hem toe.

Als ik vlak bij hem ben, roep ik hard:  “Joehoe, hier zijn we!” Hij schrikt zich rot, is even uit het veld geslagen en zet het dan op een lopen. Na gezellig een stukje meegrend te hebben, vraag ik hem te stoppen. Bij het naar achteren kijken, ziet hij een betonnen paaltje in het wegdek over het hoofd. Hij knalt ertegenaan en smakt op het wegdek. Met geschaafde knieën en armen en een geschaafd gezicht wordt hij door mij geboeid. De grote mond is voorbij. Jammerend zit hij achterin onze politieauto. Ik moet u eerlijk bekennen dat we ons lach niet in konden houden, onderweg naar het bureau. Mijn gevoel voor medelijden en emphatie is ver te zoeken. Op het politiebureau wordt hij nagekeken door de politiearts.

Zoals bij elke minderjarige mogen de ouders hun kind op komen halen op het politiebureau. Nadat het proces-verbaal van belediging klaar is wordt de jongen in vrijheid gesteld. In de hal van het politiebureau ontmoet ik de ouders. In plaats van een boze blik naar hun zoon krijg ik een boze blik. Wat hebben wij gedaan met hun zoon? Diverse keren probeer ik de situatie uit te leggen, maar helaas. Ik wens ze een prettige dag, veel succes en loop weg. Sommigen valt geen eer aan te behalen.

volgende blog 22/08
 

maandag 11 juli 2016

Henk zus, Henk zo

Mijn collega Leo en ik krijgen de vraag of we een vrouw op leeftijd willen assisteren, omdat haar man uit bed gevallen is. We zullen "Henk" na deze avond nooit meer vergeten.




Op de 8e verdieping van een flat wordt door een oude mevrouw van rond de tachtig jaar opengedaan. Vrijwel direct begint ze te ratelen dat Henk uit bed gevallen is en Henk op de grond ligt. Henk kan zelf niet opstaan. Elke zin begint ze met “Henk”, de naam van haar man. Vrijwel geen speld krijgen we ertussen, als we bij de oude man gaan zitten. We proberen erachter te komen of hij zich bezeerd heeft en of hij zich wel lekker voelt. Achter onze rug worden onze vragen herhaald. Henk, de politie vraagt of je je bezeerd hebt. Henk, de politie vraagt of je je wel lekker voelt.

Leo en ik kijken elkaar en schieten in de lach. We tillen Henk op en leggen hem op zijn bed. Maar Henk is opvallend stil. Normaal gesproken zouden we hierna de woning verlaten en Henk met zijn kakelende vrouw achterlaten.
Maar de blik van Henk en zijn grauwe gezicht baren ons zorgen. Als we aan zijn vrouw vragen of Henk bekend is met hartproblemen, wuift ze dit weg en zegt ze dat Henk gewoon een beetje ziek is. Ik pak Henk zijn hand beet en kijk hem aan. Ik kijk in een stel angstige ogen.

We besluiten een ambulance te waarschuwen, zodat er toch even naar hem gekeken naar worden. Dan is het huis te klein. Ze wordt zowaar boos op ons en we mogen absoluut geen ambulance waarschuwen. Wat moeten de buren wel niet denken?
Ik raak geïrriteerd over al die “Henken” en zeg tegen haar dat ze dit keer eens een keer naar ons mag luisteren.

Als de collega’s van de ambulance komen en Henk op de monitor aansluiten, zie ik hun zorgelijke blik. Ze vermoeden dat Henk een flink hartinfarct heeft gehad en besluiten hem met spoed te vervoeren.
We waarschuwen de dochter van de oudjes en brengen de vrouw naar de spoedeisende hulp.

Onderweg terug naar het bureau kijken we elkaar aan en schieten in de lach.
De volgende middag belt Leo, uit belangstelling, even naar de vrouw hoe het met “Henk” verlopen is. De grijns van Leo verdwijnt plotseling en verandert in een serieuze blik. Ik hoor Leo zeggen: “gecondoleerd!”.
Hij blijkt de dochter aan de lijn te hebben die vertelt dat haar vader de afgelopen nacht is overleden. Ze bedankt ons er hartelijk voor dat we de ambulance erbij geroepen hebben; ze heeft haar vader nog kunnen spreken.

Na afloop van dit telefoongesprek maakt de humor plaats voor ernst. Tja, zo kan het helaas ook aflopen.

Volgende blog 1/8



maandag 20 juni 2016

Race tegen de klok

Ik word uitgenodigd door een vereniging van mensen met een verstandelijke beperking om in een dorpje in Zeeland iets te komen vertellen over mijn werk.

Ik ben ruim op tijd en nieuwsgierig rijd ik met mijn motor een rondje door het dorp. Het valt mij op dat de dorpskern letterlijk in ringen rond de kerk gebouwd is.





Plotseling word ik bijna letterlijk omvergereden door twee jongens op een scooter zonder helm en zonder kentekenplaat. Als ik ze wil aanspreken, gaan ze er vandoor. De scooter kan wel eens gestolen zijn, dus ga ik er achter aan. Het wordt een stevige achtervolging door het dorp. Ik zet mijn zwaailicht en sirene aan, met als gevolg dat binnen de kortste keren een groot aantal dorpsbewoners op straat staan. Ik word het zat als ik inmiddels al zeven keer de kerktoren voorbij gereden ben. Ik ga naast de scooter rijden en grijp de bijrijder vast aan zijn jas. Deze houdt echter de bestuurder stevig vast, zodat beiden een groot stuk naar achteren schuiven en de bestuurder met uitgestrekte armen de scooter moet besturen. Het gevolg is dat de scooter zijn voorwiel omhoog tilt en onbestuurbaar wordt. De scooter rijdt de struiken in en beiden worden gelanceerd.

Ik plaats razendsnel mijn motor op de standaard en grijp de bestuurder van de scooter vast. De bijrijder wil zijn vriend ontzetten, dus pakt mij vast. Opeens komt er een man aanrennen die de bijrijder vastpakt in een houdgreep, zodat ik de bestuurder kan overmeesteren. Ik heb hem vrij snel onder controle, maar als ik om mij heen kijk weet ik niet wat ik zie. Van alle kanten komt er publiek aangerend, wat in Rotterdam reden is om met spoed wagens erbij te vragen. Vertwijfeld vraag ik me af waar ik aan begonnen ben, maar de man die de bijrijder overmeestert blijkt een collega politieagent en zegt: “Rustig maar, niets aan de hand, allemaal goed volk!”.

De scooterrijders blijken twee broers te zijn, die behoorlijke lastposten zijn in het dorp. De mensen zijn blij dat er eindelijk iets aan gedaan wordt door de politie en willen dat uiteraard graag met eigen ogen zien.
De scooter blijkt geen kenteken te hebben en wordt meegenomen door ter plaatse gekomen collega’s van Zeeland.

Uiteindelijk met een half uur vertraging rijd ik naar het verenigingsgebouw, waar ze op mij zitten te wachten. Ik hoef niet eens uit te leggen wat er gebeurd is, want het hele dorp weet het al.
Het is een spectaculair begin van een hele mooie middag. De motor wordt met wat manoeuvreren midden in de zaal van het verenigingsgebouw geplaatst. Ze mogen, als het kan, plaatsnemen op de motor. Dankbaarder publiek kun je niet hebben, hun gezichten glimmen!

Na afloop word ik uitgezwaaid en met een tevreden gevoel verlaat ik het dorp.

Volgende blog 11/07

maandag 30 mei 2016

Uitgeslingerd

Soms vraag je je af waarom autobestuurders of inzittenden weigeren hun gordel om te doen, terwijl ze wel uit preventie allerlei middelen gebruiken om niet ziek te worden of zich dik insmeren tegen zonnebrand.





We krijgen een melding dat op de autosnelweg een auto tegen de vangrail tot stilstand is gekomen zonder bestuurder. De melder is er stellig van overtuigd dat de auto hem gepasseerd is op de snelweg. Tot zijn schrik ziet hij de auto een stuk verder door de rondte heen tollen en daarna weer verder rijden om vervolgens langzaam tegen de aan de linkerzijde gelegen vangrail tot stilstand te komen.

Omdat op dit stuk snelweg ook een vluchtstrook aan de linkerkant zit, stopt de melder achter de tot stilstand gekomen auto. Hij springt eruit en wil de bestuurder gaan helpen die mogelijk onwel geworden is. Als hij naast het portier staat kijkt hij in de auto. Die is leeg….
De melder belt 112 en vertelt stotterend zijn verhaal. Volgens de centralist van onze meldkamer herhaalt hij in korte tijd wel zeker vijf keer de zelfde zin: “Mijnheer, ik ben toch niet gek geworden, ik weet zeker dat er iemand in die auto zat! “

De centralist stelt de man op zijn gemak en verzoekt hem rustig te blijven staan. Met spoed rijden wij naar de plaats van het ongeval, want zo’n soort melding klinkt ons bekend in de oren. Wanneer we als eerste auto arriveren, trek ik de auto open. Inderdaad, niemand in de auto. Alleen een schoen is onder de pedalen blijven steken. En zoals we al vermoeden, de (rechter)zijruit ligt eruit.

De melder probeert nogmaals zijn verhaal te doen, maar ik heb geen tijd voor hem en vraag hem te wachten achter de vangrail. Mijn collega roept assistentie van meer politieauto’s en een ambulance. Van de vier rijstroken laten we er drie afkruisen, want we hebben maar één doel. Dat is zo snel mogelijk de snelweg vanuit het midden oversteken en het slachtoffer zoeken, de tijd dringt en assistentie duurt te lang.

Als het verkeer bijna stapvoets rijdt op één rijstrook steken mijn maat en ik de rijbaan over en rennen vanaf de plek waar de auto in het midden staat terug richting de plaats waar de melder de auto heeft zien tollen. Daar vinden we het lichaam van een man, met één schoen aan. Dezelfde schoen als die in de auto ligt. We zien direct dat we niets meer voor hem kunnen doen.
Uit onderzoek blijkt dat de man een hevige stuurbeweging naar rechts heeft gemaakt om alsnog de afslag te nemen. Hierdoor tolde de auto en werd hij door de enorme centrifugale kracht eruit geslingerd. Het is het zoveelste gordeldrama waar ik bij sta. Mijn gedachten dwalen nog even af naar de laatste keer, toen was het een klein kind.

Kijk even naar deze video https://www.youtube.com/watch?v=fOl5gF-SLNs

volgende blog 20/06

maandag 9 mei 2016

"Vis" gevangen

Het is een mooie dag om naar zee te gaan. En wel met een visboot het ruime sop kiezen. Even ontspanning en een dag geen werk aan mijn hoofd.
Om half negen laten we de boot in het water van de Noordzee zakken bij Neeltje Jans. Samen met mijn oom Gé, eigenaar van een visboot, varen we de zee op. Lekker een eind uit de kust dobberen op zee en hopelijk ook nog vissen vangen.


Als we eenmaal op een mooie stek liggen, vliegen de vissen ons om de oren. We hebben goed beet en halen de ene na de andere mooie schar en wijting uit het water. We hebben het er maar druk mee. Dan gaat mijn diensttelefoon af. “Geen tijd nou hoor” roept mijn oom “we zijn nou aan het vissen!”
Het blijkt collega Leo te zijn. Hij klinkt gejaagd en vertelt dat er zojuist een overval heeft plaatsgevonden vlakbij waar ik woon. Leo vraagt of ik thuis ben, maar ik vertel dat ik een paar mijl uit de kust op de Noordzee aan het vissen ben.

Ik ben toch wel nieuwsgierig en vraag wat er gebeurd is. Leo vertelt dat zojuist een winkel is overvallen. De dader heeft onder bedreiging met een mes de kassa-inhoud meegenomen. Als Leo het signalement geeft staan mijn zintuigen op scherp. Hetzelfde signalement als de overvaller die bij ons in het district al diverse overvallen heeft gepleegd op dezelfde wijze.
Ik weet dat deze overvaller zich verplaatst in een oude witte auto, waarvan het kenteken begint met 22. Ik ‘commandeer’ Leo dat hij met spoed een politieauto bij de tunnel moet neerzetten, maar die blijkt er al te staan. Leo hoor ik inmiddels al naar de meldkamer roepen en de verbinding wordt verbroken. Ik hoop echt dat ze die ‘vis’ vangen!

Intussen staan de hengels te dansen, omdat er volop vis aanzit en heb ik een boze oom naast me die staat te foeteren, omdat ik weer eens met mijn werk bezig ben. Hier en daar, moet ik zeggen, zijn wat lijnen door de war gegaan en dat bevordert de sfeer ook niet bepaald.
Maar welke vis is nu belangrijk?

Nog geen twee minuten later belt Leo op met een haastige stem, ze hebben het voertuig in zicht en zitten in de achtervolging. Ik doe een juichkreet uit en hoofdschuddend kijkt mijn oom me aan. Leo hangt weer op en ik concentreer me weer op mijn hengels. Ze blijken inderdaad vol met vis te hangen. Nadat ik een en ander uit de war heb gehaald en de lijnen weer heb uitgegooid, belt Leo weer. De dader is gepakt en de buit is gevonden. Een bijzondere visdag.

Afgelopen vrijdag hebben we ook weer een mooie visdag gehad. Nadat we een leuke partij vis hebben gevangen varen we terug naar de helling van Neeltje Jans. Als we bijna bij de trailerhelling zijn horen we via de marifoon dat er een schip in problemen zit voor de Oosterscheldekering. Er staat een loeiende stroming richting de sluizen en de schipper op leeftijd en opvarende krijgen het anker niet binnen. In het slechtste geval schiet het anker los en wordt het schip gekraakt tussen de sluizen. De kustwacht wil de KNRM inschakelen, maar omdat we zo dichtbij zitten bieden we onze hulp aan. Binnen vijf minuten klim ik aan boord en hijsen we het anker op. De kustwacht bedankt ons voor onze hulp.

Ook in vrije tijd blijft het waakzaam en dienstbaar.

Volgende blog 30/05

maandag 18 april 2016

Kerkschennis

Hoe ver ga je om een berover te pakken? Ik heb kennelijk een andere mening dan de dominee van de plaatselijke kerk.

In verband met de vele delicten wordt bijstand gevraagd van motorrijders door de wijkpolitie. De winkeliers klagen steen en been, omdat het stadsdeel gemeden wordt door het winkelend publiek.
We hanteren het zero-tolerance beleid en zitten de boeven letterlijk op hun hielen. Bij de minste of geringste misstap krijgen ze van ons een bekeuring of bij herhaalde overtreding een wijkverbod.





We hebben alleen één probleem, in die wijk bevindt zich een kerk die in grote mate een opvang bied aan dak en thuislozen. Op zich een nobel streven en niets mis mee, maar het moet geen schuilhok en uitvalsbasis worden van criminelen.

Ik rijd op de motor en zie een man rennen met twee vrouwen er achter aan. Dit is foute boel flitst het door me heen. Als ik de vrouwen genaderd ben
schreeuwen ze in de Engelse taal dat ze zojuist beroofd zijn door die man. Ik geef gas en haal de berover in. Hij krijgt mij echter ook in de gaten. Als ik dichtbij hem ben roep ik naar hem dat hij moet stoppen en is aangehouden. Zoals ik al verwacht stopt hij niet en blijft doorrennen. Even twijfel ik of ik hem zal aanrijden. De man rent richting de genoemde kerk die vlakbij is en ik krijg geen kans om naast hem te komen en hem vast te grijpen. Ik wil absoluut voorkomen dat hij hier naar binnen vlucht, want dan heb je de poppen aan het dansen en moeten we een kerk gaan binnenvallen om hem alsnog te arresteren. De dominee van de kerk, die bekend staat als een criticus, zal het niet nalaten om de pers erbij te halen.

Ik kies voor een radicale oplossing, geef gas en rij net voor de ingang van de kerk het voorwiel tussen de benen van de berover. Met een grote klap slaat hij tegen mijn kuip aan. Onmiddellijk pak ik hem bij zijn sluike haar beet en trek zijn hoofd over het scherm van mijn kuip heen. Ik kan me ternauwernood staande houden en mijn voorwiel staat inmiddels op de dorpel van de ingang.

De berover schreeuwt moord en brand wat een grote oploop veroorzaakt, maar ik ben zeker niet van plan om los te laten. Hij probeert me in mijn arm te bijten. Hierdoor ben ik genoodzaakt om geweld te gebruiken. Ik vraag met enige urgentie assistentie en hou ondertussen de berover stevig vast.

Uiteindelijk word ik ontzet door de collega’s en wordt hij gearresteerd. In zijn zak vinden we de gouden ketting die hij van de hals van één van de dames afgerukt heeft. De dames blijken twee toeristen te zijn.

Zoals verwacht eist de dominee excuses van de politie en onmiddelijke vrijlating van de berover, omdat er een politiemotor IN zijn kerk had gestaan. Het is kerkschennis volgens hem. Na alles gedegen op papier te hebben gezet dat het een ‘grensgeval’ was, heb ik er nooit meer wat over gehoord.

Volgende blog 9/5

vrijdag 25 maart 2016

Ambulanceheks

Bij een dreigende sfeer of uit voorzorg wordt de politie er door de ambulancedienst bijgehaald voor bescherming. Ze zijn immers niet gewapend, alhoewel ze wel ‘gifspuiten’ bij zich hebben. Maar ook met de politie erbij gebeuren er soms onverwachte dingen.

 




We krijgen een melding van een schreeuwende vrouw die mogelijk zichzelf iets aan dreigt te doen. De buurvrouw is de meldster en vertelt dat Annie al langere tijd behoorlijk verward is. Ze is bang dat Annie straks de boel in de fik steekt. Gezien het een portiekwoning betreft en het nog houten vloeren zijn vertelt de buurvrouw liever niet ‘gegrilld’ te worden. Als we bij de woning komen en aanbellen doet  Annie open en mogen we naar binnen komen. Het is erg donker in huis, alles zit potdicht en overal branden kaarsen. Het hele huis is in een soort ‘demonische’ sfeer ingericht en als ik probeer het grote licht aan te doen, lukt dit niet.
Ik zie in de keuken diverse lege strips van pillen liggen en vraag aan haar of ze deze pillen ingenomen heeft. Ze ontkent dit en zegt helemaal niet van plan te zijn om zelfmoord te plegen. Wat volgt is een scheldkannonade gericht aan alle overheidsdienaars, hulpverleningsinstanties, vliegtuigmaatschappijen en nog een heel scala aan bedrijven, die allemaal in het ‘complot’ zitten.
Ook blijkt ze nog eens de nodige alcohol genuttigd te hebben, wat ons doet besluiten om de ambulance erbij te halen.

Als de ambulance arriveert en de ambulanceverpleegkundige zich aan Annie voorstelt en een hand wil geven slaat deze haar uitgestoken hand weg. Met woeste ogen kijkt ze de ambulanceverpleegkundige aan en schreeuwt : “Ga weg, ambulanceheks, jij komt met je gifspuit en gaat mij doodmaken hè!”. Bliksemsnel springt ze op, pakt een bloempot en smijt deze in de richting van de ambulanceverpleegkundige. Door de krappe ruimte en het feit dat wij in de weg staan, vlucht deze de naastgelegen kamer in, althans dat denkt ze. Het is een soort inloopkast met een kledingrek vol met kleding en daarboven ligplanken ook met kleding. Het gevolg is dat het hele zooitje in elkaar stort en ze bedolven wordt onder de kleding.

Mijn collega en ik storten ons op Annie, geholpen door de ambulancechauffeur die haar benen vasthoudt. We weten haar te boeien en met ons drieën onder controle te brengen.
We kijken elkaar aan en beginnen keihard te lachen als de stapel kleding omhoog komt met daaronder de ambulanceverpleegkundige. Haar kapsel zit helemaal in de war en haar gezicht staat op onweer. Het gieren van het lachen van ons erbij doet daar zeker geen goed aan.
Intussen schreeuwt Annie moord en brand en denkt dat we haar uitlachen.
In plaats van in de ambulance gaat Annie bij ons op haar buik liggend in de bus naar het bureau voor beoordeling door de politiearts.

Annie wordt in een arrestantenverblijf geplaatst, waar ze met veel kabaal tegen de ruiten staat te timmeren. Als ik probeer haar te kalmeren komt Margaret van de recherche, een gehaaide tante met grote bruine felle ogen, langslopen. Ze weet helemaal niets van de zaak af, maar ergert zich aan het gedrag van Annie. Ze gaat voor het arrestantenverblijf staan, kijkt Annie aan en zegt op z’n Rotterdams: “Doe jij eens effe normaal, ga jij es effe heel gauw zitten!”.
Tot mijn verbazing kruipt Annie in een hoekje. Ze steekt een bevende hand uit met gestrekte wijsvinger, wijst naar Margaret  en zegt met een piepstem: “Weg jij, jij bent een echte heks, ik zal niks meer doen”.

Ze is gelijk muisstil. Als we weglopen kijkt Margaret mij met haar grote bruine ogen aan en zegt : “Zie je nou wel Piet dat ik een heks ben?”.
Het bleef daarna echt stil in het arrestantenverblijf.
Ondanks de humor blijft het natuurlijk triest voor Annie. Ze is overgebracht naar een psychiatrische instelling en wordt daar behandeld.


Voor Margaret hebben we later een toepasselijk hoofddeksel gekocht!


Volgende blog 18/04

maandag 7 maart 2016

Doodmoe

Waar zouden we zijn zonder vrijwilligers? Mensen die zich dagelijks inzetten voor de maatschappij. Ik neem er mijn pet (helm) voor af. Als politieagent heb ik diverse keren ervaren dat het dankbaar werk is. Gelukkig mogen we, met gebruikmaking van vier politiemotoren, vandaag in vrije tijd een escorte te doen voor een doodziek kind.


Via de stichting Doe Een Wens komt het verzoek om een kereltje van 8 jaar oud, ernstig ziek en nog maar kort te leven, een geweldige dag te bezorgen. Zijn wens? Met een limousine, geëscorteerd door politiemotoren diverse locaties in de stad bezoeken en een rit met een ambulance met ‘toeters en bellen’. Het is echter niet zomaar toegestaan om voor ‘plezier’ iemand door de stad te escorteren, zeker niet met optische en geluidssignalen. Echter moeten we als politie en ambulance geoefend blijven in het rijden met deze signalen.  Escorteren van een ambulance behoort ook tot de werkzaamheden van de politie, wat in vaktermen verkeerstechnisch begeleiden (VTB) heet. Dus wordt deze rit verzorgd door een (gecertificeerde) docent rijopleiding van de Politie, eveneens in vrije tijd.

We ontmoeten Daan bij het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. In een rolstoel gezeten met daarom heen de nodige apparatuur en een slangetje in zijn neus krijg ik van hem een slap handje. Zijn ogen stralen daarentegen vol vuur. Hij heeft hier enorm naar uitgekeken.

Even later komt een grote limousine aangereden, waar Daan met de nodige voorzichtigheid wordt ingedragen alsmede de apparatuur en een verpleegkundige die naast hem gaat zitten om te zorgen dat de apparatuur blijft functioneren.
Als een prins zit hij op de grote lederen bank in de limousine en kan het transport aanvangen. Begeleidt door vier motoren wordt de limousine door de stad begeleid. Jammer genoeg zitten er donkere ramen in, want ik zou graag even hierdoor naar binnen willen kijken tijdens het rijden. Het raam mag, ondanks dat het stralend weer is, helaas niet open vanwege de broze gezondheid van het knulletje.

Daan krijgt een VIP-rondleiding bij de diergaarde Blijdorp, bezoekt sportpaleis Ahoy waar hij het podium wordt opgereden bij een show en daar een daverend applaus krijgt van het publiek. Nu is het zo dat Daan altijd achter in de ambulance gezeten heeft, dikwijls met ‘toeters en bellen’ liggend op de brancard. Zijn wens is om vandaag eens voorin de ambulance te zitten, naast de chauffeur en met eigen ogen te zien hoe een ambulance zich soms door het verkeer heen moet wringen met de herrie van de sirene. Uiteraard met gepaste snelheid tonen we hem een mooi staaltje begeleidingkunst vanaf de Diergaarde naar vliegveld Zestienhoven.

Dan is Daan moe, doodmoe. Het wordt tijd om weer terug te gaan naar het Sophia. Zijn oogjes glimmen nog, maar zijn lichaam kan het niet meer aan. We nemen afscheid. Voorgoed...


Mooi om te zien hoe zoveel enthousiaste hulpverleners/vrijwilligers zich ingezet hebben deze dag.
www.makeawishnederland.org en de vrijwilligers van www.ambulancewens.nl

Volgende blog 28/3


 

maandag 15 februari 2016

Besmet

Acuut ingrijpen kan je soms niet voorkomen. Plotseling geconfronteerd worden met een slagaderlijke bloeding dwingt je tot handelen. Met alle gevolgen van dien.

Tijdens onze surveillance zien we een hevig zwaaiende man op ons af komen lopen. We zien dat hij helemaal onder het bloed zit. Het bloed gutst uit zijn hals. Hij blijkt in zijn nek gestoken te zijn en smeekt ons om hulp. In een oogwenk pak ik zijn hals beet en druk de wond dicht. Mijn handen komen hierbij helemaal onder het bloed te zitten. Mijn collega vraagt de meldkamer met spoed om een ambulance.



Intussen vuur ik vragen af op het slachtoffer, zoals waar het gebeurd is en door wie er gestoken is. Het liefst zou ik deze informatie uit hem willen trekken, maar ik kijk alleen naar twee grote ogen waar doodsangst in te lezen valt. Ik zie dat zijn ogen wegdraaien en de man raakt in een shocktoestand. We hebben helaas niet de essentiële informatie die we zo graag gehoord hadden, maar ik besef op dat moment zelf ook niet in welke situatie ik verkeer.

Het slachtoffer, geïdentificeerd middels zijn legitimatiebewijs en een politiefoto, wordt met de ambulance vervoerd naar het ziekenhuis. Wij gaan even terug naar het bureau. Op het bureau gekomen zie ik zorgelijke blikken bij mijn collega’s. Ze gaan vragen stellen of ik wondjes aan mijn handen heb. Die heb ik inderdaad, want ik ben die week aardig aan het klussen geweest en heb daarbij een aantal wondjes en krassen opgelopen. Ik reageer eigenlijk geïrriteerd omdat ik vind dat de collega’s raar reageren. Wat willen of bedoelen ze nou eigenlijk, vraag ik mezelf af.

Dan komt de aap uit de mouw. Door de hectiek en het plotseling geconfronteerd worden met het slachtoffer, heb ik geen handschoenen aangedaan. Ik heb onmiddellijk eerste hulp verleend. Het slachtoffer blijkt, volgens de politiesystemen, HIV-besmet te zijn. De politiearts komt naar het bureau en adviseert me om naar het ziekenhuis te gaan. Daar blijkt dat er een serieuze kans is op besmetting, gezien de open wondjes aan mijn handen.

Een nare periode breekt aan, waarvan ik de details maar zal weglaten. Ik moet in ieder geval zelf maatregelen nemen, die een grote impact hebben op mij en mijn directe omgeving. De komende maanden leef ik in grote onzekerheid.

Na deze slopende periode krijg ik eindelijk de finaletest en daaruit blijkt dat ik geen drager ben van het virus. Je kunt je voorstellen hoe ik me voelde bij het horen van dit goede nieuws.

Sindsdien heb ik elke dag handschoenen bij me en zijn wondjes goed afgeplakt.
Het slachtoffer overleefde de steekpartij helaas niet. De dader is later gelukkig wel gepakt.

(Volgende blog 7/3)

maandag 25 januari 2016

Heisa om een telefoon


De politiehelikopter ziet een auto rijden die met hoge snelheid over de snelweg raast. Kan de bestuurder niet links inhalen, dan haalt hij wel rechts in. De tactical flight officer Jan in de politieheli verzoekt assistentie aan de meldkamer om de bestuurder van de auto staande te houden. Ik ben op de motor redelijk in de buurt en rijd naar de locatie toe, waar de bestuurder zich momenteel bevindt. De bestuurder rijdt een woonwijk in. Kort hierna hoor ik Jan zeggen dat hij inmiddels is uitgestapt en naar een huis toeloopt. Kennelijk door het geluid van de klapperende wieken van de helikopter staat hij stil en kijkt recht in de camera die zich onder de helikopter bevindt. Jan ziet mij het huis naderen en roept over de mobilofoon dat ik moet stoppen en daar de tuin inlopen.
Als ik de tuin inloop tref ik daar inderdaad een man aan. Als ik de man, ik zal hem Kees noemen, om zijn rijbewijs vraagt weigert hij dit te geven. Hij vraagt waarom ik hem om zijn rijbewijs vraag, omdat hij helemaal geen auto bestuurd heeft. Ik schiet in de lach en wijs naar boven naar de politiehelikopter, die al klapperend boven ons hangt. Ik vertel hem dat de camerabeelden er niet om liegen en hij wel degelijk de bestuurder geweest is. Gelukkig arriveren er nog twee collega’s, want binnen één seconde slaat de vlam in de pan. “Laat dat *****ding (de heli dus) opzouten hier boven mijn huis!” schreeuwt Kees en trekt zijn jas uit en smijt deze op de grond. Gelukkig weten we hem met z’n drieën te kalmeren en laten we hem blazen op een apparaat, omdat we een sterke alcohollucht waarnemen. Kees blijkt ook nog eens teveel alcohol genuttigd te hebben en wordt aangehouden.

Op het Politiebureau Oost in Capelle aan den IJssel wordt Kees gefouilleerd. Hij moet, zoals iedere arrestant, zijn zakken leegmaken. We doen zijn spullen tijdelijk in een fouilleringszak. Kees vraagt of hij mag bellen naar zijn advocaat en de collega stemt hiermee in. Hij legt de telefoon, een Iphone 6, van Kees even apart neer in de fouilleringsruimte. Kees mag straks even bellen. We plaatsen Kees in een Voorlopig Arrestanten Verblijf (VAV) en lopen naar de chef van dienst Adrie toe om te melden dat we iemand hebben aangehouden. Wij gaan het proces-verbaal vast klaarmaken in de schrijfkamer van het bureau. De collega vergeet de telefoon van Kees mee te nemen.

Na een kwartier belt de arrestantenbewaker dat Kees graag een telefoontje wil plegen naar zijn advocaat. De collega realiseert zich opeens dat de telefoon van Kees nog in de fouilleringsruimte ligt en gaat deze halen om deze bij Kees te brengen. Nog geen minuut later komt de collega terug met een verschrikt gezicht, de telefoon is weg. “Hoe kan dat nou?” is mijn eerste reactie. Om er zeker van te zijn loop ik met de collega mee en zie inderdaad dat de telefoon weg is. Als we de arrestantenbewaker vragen of zij de telefoon heeft gezien trekt deze wit weg en slaat een hand voor haar mond. Ze heeft zojuist twee winkeldieven, een man en een vrouw met een kind in een buggy, hun spullen teruggeven en zag ook de telefoon op de tafel van de fouilleringsruimte liggen. Toen ze aan de man vroeg of dit zijn telefoon was, verblikte of verbloosde hij niet en stak de telefoon in zijn zak met de mededeling dat hij die inderdaad niet moest vergeten. In de schrijfkamer wordt er natuurlijk om ons gelachen. Mijn gezicht staat op onweer. "Hé Piet", roept collega Marcel, “welkom op Oost, leuk gezicht trek je erbij!” en ligt vervolgens dubbel van het lachen.

Als we de telefoon proberen te bellen, is deze inmiddels uitgezet.
De man en de vrouw waren inmiddels het bureau uitgelopen richting het metrostation. Nu is het metrostation bij politiebureau Oost dichtbij. Adrie, de chef van dienst, roept: “pakken die gozer!”en enkele collega’s sprinten het bureau uit naar het metrostation. En natuurlijk zijn de man en de vrouw zojuist ingestapt en sluit de metrobestuurder de deuren. Met de longen uit hun lijf rennen de collega’s de trappen op en bonzen op de deuren van de inmiddels wegrijdende metro. De bestuurder van de metro is alert en remt op het laatste moment.
De man en de vrouw met buggy, inclusief kind, worden uit de metro geplukt.
Ondanks grondige fouillering van zowel de man als de vrouw en de gehele buggy wordt de telefoon niet aangetroffen.
Beiden ontkennen in alle toonaarden een telefoon meegenomen te hebben, maar de arrestantenbewaakster is stellig. Hij heeft die telefoon gepakt.
Al schreeuwend wordt de man tussenin meegenomen terug naar het politiebureau ter zake verduistering. Hij is boos, maar wij zijn nog veel bozer.

Maar hoe gaan we Kees vertellen dat zijn telefoon gestolen is, zijn pas gekochte Iphone 6?
Kees was al uit zijn stekker gegaan, we zijn bang dat hij nu gaat ontploffen.

Als we de dief de fouilleringsruimte binnenbrengen en grondig fouilleren treffen we helaas geen telefoon aan. Als Adrie de man vertelt dat hij voorlopig tot de volgende dag mag blijven, verandert hij kennelijk van gedachte. Hij vraagt of hij weg mag als de telefoon weer boven water komt. Tja, wij hebben een fout gemaakt en willen inderdaad graag dat de telefoon terugkomt. Eigenlijk is de man gewoon een ordinaire dief, maar we stemmen toe dat hij weg mag als de telefoon terugkomt. Hij belt met een telefoon van ons zijn vriendin en even later staat de vriendin weer aan het bureau MET de telefoon.
Wij hebben het sterke vermoeden dat de telefoon verstopt is geweest in de kleding van het kind. We konden het echter niet maken om een kind te fouilleren.

Anderhalf uur later overhandig ik de telefoon aan Kees. Kees mompelt: “dat heeft ook lang geduurd”, geeft de telefoon weer terug en zegt dat hij geen zin meer heeft om zijn advocaat te bellen, maar na een verklaring graag naar huis wil. En zo gebeurt het ook, kort hierna verlaat Kees het bureau, met telefoon.

Hij had eens moeten weten wat een heisa zijn telefoon heeft veroorzaakt.

Volgende blog 15/02

maandag 4 januari 2016

Echte vrienden...!?

Joost heeft afgesproken op station Utrecht met een groep vrienden om te gaan stappen in Rotterdam. Ze gaan naar een houseparty in de Maassilo, een vroegere graanfabriek die omgevormd is tot een muziektempel.






Joost, 19 jaar oud, eerstejaars student, moet maar eens een echte man worden vinden ze. Joost is niks gewend en een goedzak die behoorlijk beïnvloedbaar is. Ze drinken alvast in, zoals dat heet, en de nodige biertjes worden onderweg al genuttigd.
Lichtelijk aangeschoten arriveren ze bij de Maassilo.
De hele nacht feesten ze door en buiten de alcohol worden er ook nog eens pilletjes genuttigd, de zogenaamde partydrug, waarmee je makkelijk 24 uur kan doorgaan.
Ook Joost krijgt vermoedelijk wat pilletjes toegestopt, waarvan hij een flinke ‘opkikker’ krijgt.
Op een gegeven moment, blijkt achteraf, gaat Joost naar buiten toe en gaat dwalen. In de tussentijd hebben zijn hevig verontruste ouders al diverse keren naar Joost gebeld om te vragen waar hij blijft en of het goed met hem gaat.

Nadat het feest om 05:00 uur is afgelopen is er één vriend van Joost, Jeroen, die hem mist ondanks dat hij zelf ook stevig gedronken heeft. De andere vrienden proberen Jeroen ervan te overtuigen dat Joost zelf naar huis gegaan is, maar Jeroen gaat toch op zoek. De andere vrienden laten Jeroen achter en keren huiswaarts. Ze maken zich geen enkele zorgen om Joost, die vindt zijn weg wel.
Als Jeroen iedereen aangesproken heeft, het gebouw doorzocht heeft, in de omgeving gezocht heeft en dit alles zonder resultaat belt hij de politie. In de tussentijd hebben de ouders van Joost ook al naar de politie gebeld dat ze hun zoon kwijt zijn.

Als mijn collega Ron en ik ter plaatse komen worden we aangesproken door Jeroen. Hij maakt zich ernstig zorgen en vertelt dat Joost bij zijn aankomst niet meer wist waar hij was en zelfstandig nooit thuis gekomen kon zijn.
Het is inmiddels 06:00 uur, eigenlijk tijd voor Ron en mij voor wisseling van de dienst. Maar we gaan er toch voor. We hebben een slecht voorgevoel.
Het signalement van Joost wordt door de meldkamer verspreid. Cameratoezicht, medewerkers van stadstoezicht die 24/7 de camera’s uitkijken, luisteren ook mee. Een nog wakkere medewerker vertelt dat hij deze jongen rond 03:00 uur heeft gezien op de camera. Hij heeft hem gevolgd, maar had op een gegeven moment geen zicht meer.
Op deze plek is de kade van de Maashaven. Het zal toch niet...

We vinden Joost een stuk verderop, zwaar onderkoeld. Dankzij het lage waterpeil ligt hij op de keien langs het water en niet erin. Hij wordt direct naar het ziekenhuis gebracht en houdt niets aan het voorval over. Volgens de artsen was het kantje boord.
Jeroen is voor mij een held, een echte vriend.

maandag 21 december 2015

De boze wereld



Een jongedame vraagt op Marktplaats een Iphone te koop met vermelding van haar 06-nummer. Dat is ongeveer hetzelfde als de sleutel van je huis in de voordeur laten zitten. Je nodigt in ieder geval geen mensen uit met de beste bedoelingen.






Het is ’s avonds 21:25 uur en het begint donker te worden als ik op de X straat in een achterstandswijk in Rotterdam twee jongens zie zitten op een bankje van het schoolplein. Bij het zien van mij op de politiemotor draaien ze hun gezichten weg en gaan quasi nonchalant op hun telefoon zitten kijken. Ik stuur ze weg van het schoolplein. Eén van hen herken ik als een bekende straatrover. Ze reageren vijandig en tergend langzaam lopen ze weg. Ik zie ze veelvuldig op hun telefoon kijken. Iets in mij zegt dat er iets niet klopt, gezien hun gedrag. Wat zijn of waren die gasten van plan?

Ik blijf nog even staan en zie dat een scooter langzaam de straat in komt rijden. De beide jongens kijken opvallend naar de scooterrijder. Op de scooter blijkt een meisje te zitten, aan de kleding te zien niet bepaald een type wat hier in de wijk thuishoort. Ik frons mijn wenkbrauwen en vraag me af wat die hier komt doen. Tijdens het voorbij rijden zie ik dat ze met haar telefoon in haar handen zit. Ik rijd haar achterna en geef haar een stopteken. Als ze haar helm afdoet en ik een legitimatiebewijs in mijn handen heb, blijkt mijn vermoeden juist te zijn.  Ze komt uit een dorpje en is helemaal naar Zuid gekomen om een Iphone 5 mobiele telefoon te kopen als verrassing voor haar vriendje.
Iemand heeft haar via whatsapp een berichtje gestuurd dat hij voor 150 euro deze telefoon te koop heeft en heeft als adres X straat nummer 25 opgegeven. Ik heb een naar voorgevoel en zoek op mijn telefoon wat voor bewoners er op dit nummer wonen. Het blijkt dat er een 85-jarige man en een 82-jarige vrouw wonen. Na aanbellen duurt het even voordat de bewoner, een oude man in nachtkleding, de deur opendoet. Hij blijkt van niets te weten en weet niet eens wat een Iphone 5 is. Het 06 nummer kent hij al helemaal niet, omdat hij geeneens een mobiele telefoon heeft.

Als ik vraag aan het meisje om het 06 nummer te bellen van de verkoper wordt er niet meer opgenomen. Ook via whatsapp wordt niet meer gereageerd. Het verhaal is mij duidelijk. De twee jongens hebben haar naar dit adres gelokt om haar vervolgens te beroven van geld, haar telefoon en mogelijk ook nog haar scooter. Ik leg haar uit dat gezien het tijdstip, de locatie en de prijs ze heel gauw terug moet rijden naar haar dorp en gewoon via de normale weg een telefoon moet kopen voor een normale prijs. Tevens blijkt niemand te weten dat ze met haar scooter op weg is naar deze ‘afspraak’.  In alle opzichten zou het een grote ‘verrassing’ voor haar geworden zijn als ik daar niet gereden had. Welkom in de boze wereld!

Maak bij een aankoop via Marktplaats nooit afspraken via whatsapp of via de telefoon, omdat een prepaidnummer niet op naam staat. Vraag sowieso om te beantwoorden via mail als iemand je telefonisch of via whatsapp benadert en kijk hoe lang de verkoper op Marktplaats actief is. Iemand die een week actief is, is niet betrouwbaar. Ook iemand die alleen initialen gebruikt als naam, dus bijvoorbeeld “LN” of “B” of wat voor lettercombinatie dan ook, is onbetrouwbaar. Krijg je een adres en vertrouw je het niet, spreek af voor de deur van een geopend politiebureau. Meestal haken ze dan snel af. En een verkoopprijs die ver beneden de marktwaarde ligt klopt niet, dus maak dan helemaal geen afspraak. Meldt dit soort duistere zaken bij Marktplaats of de verkoopsite waar het goed aangeboden wordt. Koop je toch ver beneden de prijs, besef dat je mogelijk een gestolen goed koopt en je schuldig maakt aan heling.

Zorg dat op je mobiele telefoon of tablet een findapp is geïnstalleerd. Met een inlognaam en wachtwoord kan de meldkamer inloggen en je apparaat traceren, activeren en zelfs op afstand wissen.
Zie https://mobile.twitter.com/Piet_Kats/status/672122972929458176?p=v

Kijk voor Samsung op https://findmymobile.samsung.com/login.do
Voor Iphone http://www.apple.com/nl/icloud/find-my-iphone.html

Of Android via Google https://accounts.google.com/ServiceLogin?service=androidconsole&passive=3600&continue=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2Fandroid%2Fdevicemanager&followup=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2Fandroid%2Fdevicemanager

En voor de terugvind-app voor een Windows Phone ga je naar:http://www.windowsphone.com/nl-nl/how-to/wp8/settings-and-personalization/find-a-lost-phone


maandag 7 december 2015

Vuurwapengevaarlijk

Als politieman/vrouw moet je tijdens de dienst kunnen schakelen. Soms krijg je tijdens een gesprek opeens te maken met geweld, waardoor je razendsnel moet overschakelen naar de vechtmodus. Maar soms bereid je, naar aanleiding van de informatie, je voor op flinke tegenwerking. Dat kan echter wel eens heel anders zijn dan je verwacht.
Ik zie een busje rijden waarvan de eigenaar volgens de meldkamer vuurwapengevaarlijk, verzetpleger en gesignaleerd zou staan. Mijn zintuigen staan op scherp. Ik rijd met de politiemotor achter hem aan en geef hem een stopteken. Behoedzaam loop ik naar het bestuurdersportier toe.
De bestuurder blijkt de eigenaar van het busje te zijn. Tegelijkertijd als ik zijn rijbewijs in mijn handen krijg, kijk ik in het busje en zie een pakje brood en een pak melk. Verder ligt er een briefje op de passagiersstoel.

De man, een veertiger, stevig gebouwd, is heel rustig en vriendelijk. Argwanend nog steeds, deel ik hem mede dat hij een boete van 997 euro heeft openstaan. Kalm kijkt de man, die is gekleed in schilderskleren , mij aan en vertelt dat hij weet dat de boete openstaat, maar dat hij geen geld heeft om deze te betalen. Als dwangmiddel kan ik de bus ‘buiten gebruik stellen’ ofwel meenemen naar het bureau, als borg dat hij de boete alsnog later komt betalen. De man zucht als ik hem dit vertel en blijft tot mijn verbazing rustig.

Ik vraag waar hij op weg naar toe is en hij vertelt dat hij een schildersklus heeft in een dorp verderop. Hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats meer en woont tijdelijk in een anti-krakerswoning. Ik kijk in een paar droevige ogen. Gert, zoals hij blijkt te heten, vertelt dat hij sinds een jaar gescheiden is. Zijn leven is een puinhoop en hij doet zijn uiterste best om zoveel mogelijk zijn kinderen te zien. Zijn ex-vrouw dwarsboomt hem, met de bedoeling hem zijn kinderen te onthouden. De boetes stapelen zich op, mede omdat hij geen vast adres heeft. De auto die nog op zijn naam staat is de oorzaak van alle boetes. Zijn ex-vrouw maakt steeds overtredingen en de boetes komen op zijn naam. De auto van zijn naam afhalen loopt via een advocaat.

Vuurwapengevaarlijk? Gert verzamelde vuurwapens als hobby en is door zijn ex-vrouw aangeklaagd als gevaarlijke gek. Tijdens zijn aanhouding was Gert kwaad geworden en door de politie met geweld in de boeien geslagen. En het briefje? Daar staat als herinnering op dat hij om 17:00 uur groenten en vlees moet halen. Hij moet koken voor zijn kinderen die komen eten bij papa. Gert barst in tranen uit. Ik heb geen moed meer om Gert zijn bus af te pakken. Ik weet dat ik tegen de regelgeving in handel. Maar Gert kan beter de klus gaan doen en geld verdienen. Ik adviseer hem zo snel mogelijk de boete te komen betalen, die hij later die week ook komt betalen.

Volgende blog over 2 weken 21/12

maandag 16 november 2015

Tukkerse BTGV

Bij de benadering van gevaarlijke verdachten volgt de politie een speciale procedure, de Benaderings Techniek Gevaarlijke Verdachten (BTGV).
In heel politie Nederland weet elke agent wat deze procedure inhoudt. Maar bij het daadwerkelijk toepassen van deze procedure loopt het toch wel eens iets anders. Zeker als je door de adrenaline terugvalt in je ‘moerstaal’.




Ik heb vannacht met René dienst, van oorsprong geboren in Twente wat aan zijn klankval nog te horen is. Het is een heerlijke zwoele zomernacht en windstil.

We horen een melding tijdens onze dienst dat er een gewapende overval heeft plaatsgevonden op een nachtwinkel en dat de daders gevlucht zijn in een auto, een Toyota Avensis, wit van kleur. Het kenteken is onbekend, maar in de nachtelijke uren zullen er niet veel van deze auto’s rondrijden.

We nemen positie in op een belangrijk kruispunt van wegen en wachten af. Nog geen vijf minuten later komt ons een Toyota voorbij gereden. Als de auto ons voorbijrijdt zien we dat er twee personen in de auto zitten. Dat kan gewoon niet missen, dus zetten we de achtervolging in. De auto rijdt met hoge snelheid en negeert ons stopteken. De bestuurder neemt grote risico’s om aan ons te ontkomen, maar gelukkig hebben we een snelle politieauto en is er niet veel verkeer op de weg. Steeds meer politieauto’s sluiten aan en het net rondom de overvallers begint zich te sluiten.

Met veel te hoge snelheid nadert de Toyota een bocht in een woonwijk, vliegt eruit en knalt tegen een lantaarnpaal die als een lucifershoutje breekt.

We starten de BTGV procedure en René schreeuwt door de megafoon dat de inzittenden zijn aangehouden, dat er vuurwapens op hen gericht zijn en dat ze hun handen omhoog moeten steken en de bevelen op moeten volgen. De bestuurder doet zijn deur open en wil eigenlijk te vlot uitstappen. René lost een waarschuwingsschot, maar dat heeft tot gevolg dat de bestuurder weer de auto ingaat. René schreeuwt dat de bestuurder zijn handen moet laten zien, maar er gebeurt helemaal niets. Dan gebeurt er iets waar ik eigenlijk enorm om moet lachen. René begint door de spanning in zijn moerstaal te spreken. Zo schreeuwt hij dat de bestuurder zijn deur ‘los’ (portier open) moet maken en zijn handen tegen het ‘raam’ van de auto (voorruit) moet plaatsen en nog meer termen die alleen ‘tukkers’ begrijpen.

U snapt het al, er gebeurt helemaal niets. De verdachten beginnen achterom te kijken, maar zitten wel met hun handen in de lucht. Ik corrigeer René en zeg dat hij moet zeggen dat de bestuurder het portier open moet maken. Maar ook hier voldoet de bestuurder niet aan.

We kijken elkaar aan en vragen ons af wat we moeten doen, want de procedure loopt niet echt volgens het boekje. Dan bedenk ik me opeens dat het wel eens niet Nederlands sprekende overvallers kunnen zijn. René schakelt over op de Engelse taal en dit heeft het gewenste effect. De overvallers doen wat we zeggen en uiteindelijk kunnen ze geboeid afgevoerd worden. In de auto treffen we een vuurwapen en de buit van de overval aan.

In de omgeving staan inmiddels overal de ramen en de deuren van de woningen open. Nieuwsgierige bewoners zijn vanwege de botsing, de luid klinkende megafoon en het waarschuwingsschot naar de plaats delict gegaan en hebben zich hier verzameld.

Eén van deze mensen komt naar me toe en vraagt wat er aan de hand is. Ik leg hem uit dat we zojuist twee overvallers hebben aangehouden middels een procedure. Ik schiet in de lach als de man zegt dat hij de politieagent maar vreemde termen hoorde roepen waar hij zelfs niets van snapte. Het klonk als een dialect uit het oosten van het land. Grappend deel ik hem gewichtig mede dat de politie uit Twente de auto achtervolgt heeft en hier pas tot stilstand is gekomen. Een internationaal opererende bende met diverse nationaliteiten. Vandaar de drie ‘talen’ die gesproken werden. De man neemt mij serieus en knikt instemmend.

We hebben René nog wel eens geplaagd met zijn Tukkerse BTGV.

Volgende blog 07/12